De grijze muis overleeft het gevecht om de arbeidsplaats.
Het kenmerk van een grijze muis is dat hij er altijd is, zich even laat zien en weer zijn ding doet.De grijze muis is niet vernieuwend, ventileert geen mening en heeft vriend noch vijand.
Hoe anders vergaat het de wat opvallendere dieren in het bedrijfsleven.
Zodra ze hun kop boven het maaiveld uitsteken, krijgen ze hun eerste tegenstander. Ze laten zich duidelijk zien, geven hun mening of brengen een idee naar voren. Of hun gedrag positief of negatief is maakt niet uit. Het is altijd bedreigend voor de positie van een ander, die ook al eens heeft laten zien dat ie veren heeft of niet echt bang is. Of dit dier het overleeft wordt bepaald door de omstandigheden en door de geaardheid van het dier boven of naast hem of haar.

Muisje kan geen kant uit maar heeft alles dat hij nodig heeft.
Ten tijde van een wat minder voedselrijk seizoen wordt dat duidelijk. De sterkste en sluwste dieren winnen. Er ontstaat een genadeloos gevecht om het voedsel. Er worden geen middelen onbenut gelaten om te “winnen”. Er worden combines gesloten; er worden pootjes gelicht; anderen worden verleid tot een eerste gevecht om zelf de krachten te kunnen sparen voor het eindgevecht; er ontstaat onrust in het eens zo vredige dierenrijk. Het wat oudere dier, dat minder zin heeft in het gevecht – dat hij al zo vaak heeft zien plaatsvinden en waarvan hij heeft ervaren dat het tot niks leidt – , is het eerste slachtoffer. Dit dier is een gewillig slachtoffer. Het wil graag zijn bijdrage leveren aan een leven in harmonie, omdat het heeft gezien dat dat het meest effectief en het slimste is. Maar ten tijde van oorlog en survival of the fittest heeft het geen zin. Hij wordt de arena uitgetrapt. Zijn geluid wordt overstemd.
Wat uiteindelijk overblijft is de sterkste of sluwste en de grijze muizen.
Meestal heeft ook de sterkste en sluwste tijdens de gevechten averij opgelopen en zijn ze ook “aangeschoten wild”. De grijze muizen zijn daarmee een machtige groep geworden. Maar ondanks dat ze vaker uit hun schulp durven komen (ze eisen collectief wat meer voedsel op) verandert er aan hun gedrag of instelling niets. Want gebleken is dat hun methodiek het meeste kans op overleven biedt.
De “grijze” potentie
Degene die als eerste de arena uitgeschopt werden, de wat oudere dieren, hebben de potentie om een rol te gaan spelen in de hernieuwde opbouw van het bedrijf. Maar meestal hebben ze hun wonden gelikt en zoeken individueel hun weg. Ook de motivatie om te helpen vormt, door de manier waarop ze als oud vuil aan de kant zijn gezet, een belemmering om voor die organisatie nog iets te doen.
Deze dieren hebben de kennis, de intelligentie en het aanzien bij de grijze muizen om aan het bedrijf een nieuwe impuls te geven, maar staan buiten het hek en zullen zelf geen poging doen om binnen de omheining te komen. Samen met lotgenoten gaan ze hun gang en zorgen voor zichzelf.
Een andere optie voor deze “grijze” groep is hun kennis en kunde te verzamelen in een gezamenlijke poel, waaruit bedrijven op projectbasis kunnen putten. Samen zijn ze enorm sterk, zowel fysiek als mentaal. Zij hebben met elkaar de kennis en ervaring besproken en gedeeld. Voor de grijze muizen zijn ze geen bedreiging ook niet wanneer de grijze muis wat verder uit zijn holletje komt. Sterker nog, ze vinden het prachtig als het gebeurt.
Met de kennis en ervaring kunnen ze de huidige leider helpen om behalve zijn aanzien ook zijn kennis te vergroten.
De ‘dieren’-maatschappij zou dit moeten stimuleren en vooral geen belemmeringen op moeten werpen, zoals: “we geven jou geen eten”.
In de mensenwereld worden deze belemmeringen veroorzaakt: Je moet solliciteren naar een baan waar je toch niet voor wordt uitgenodigd (want wij jongeren moeten dat ook). Je moet geen betaald werk aannemen want daarmee vervalt je recht op een uitkering. Je kunt beter uitdrijven tot je VUT of pensioen. Deze dagelijks toegepaste methodieken leiden niet tot motivatie om een bijdrage te leveren aan de opbouw van een bedrijf of de maatschappij.




